De Mondige Patiënt

2 februari 2016

De overheid roept consumenten op om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gezondheid. Want als jij het niet doet, wie doet het dan wel? Maar hoe mondig en assertief ben je eigenlijk, als je voor een consult naar een deskundige in de reguliere of alternatieve zorg gaat?

In onze maatschappij is het aanbod van reguliere geneeskunde alomtegenwoordig en voor de hand liggend. Daarnaast wordt er een breed scala aan complementaire zorg aangeboden. Van de meest onschuldige klacht als een ingegroeide teennagel, tot het bestrijden van chronische ziekten, er is keuze te over voor jouw behandeling. Veel consumenten voelen echter niets van deze keuzevrijheid wanneer ze bij een zorgverlener in de reguliere of alternatieve geneeskunde komen. Deels komt dat door de machtige uitstraling van de ‘witte jas’. En deels ligt de verantwoordelijkheid bij de patiënt zelf.

Keuzerecht patiënten
Aan het begin van de jaren 1990 deed een nieuw begrip zijn intrede: evidence-based medicine (EBM), een op actueel wetenschappelijk onderzoek gebaseerde geneeskunde. EBM is gebaseerd op standaarden en protocollen die gelden voor grote groepen patiënten. Deze benadering van de geneeskunst biedt naast een hoop voordelen ook de nodige nadelen. Immers, standaarden en protocollen zijn geen statische instrumenten die blindelings kunnen worden toegepast. De mens is alles behalve een standaard. Elke casus en elke patiënt is anders. We zijn allemaal verschillend en reageren dus ook verschillend op medicatie. Juist in een klinisch gestuurde zorgomgeving is het daarom van belang om goed geïnformeerd te zijn, zodat je samen met zorgverleners beredeneerd kunt kiezen tussen verschillende behandelingen. Goed geïnformeerd zijn is ook belangrijk als je bijvoorbeeld wilt nagaan of een homeopathisch geneesmiddel jouw zorg in de reguliere geneeskunde mogelijk in de weg staat. Dat blijkt uit het eenvoudige voorbeeld van sint-janskruid. Dit kruid wordt om zijn krachtige werking ingezet bij problemen als onrust en depressie. Zo blijkt uit een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van maart 2015 dat er interactie plaatsvindt tussen bepaalde medicijnen en sint-janskruid. Mocht een patiënt bijvoorbeeld chemotherapie ontvangen, dan zou een dagelijkse inname van sint-janskruid de werking van de chemo kunnen onderdrukken. Dit onderzoek geeft te denken welke zaken nog meer van belang zouden kunnen zijn, als je vanuit EBM een behandeling geadviseerd krijgt. Het is daarom altijd verstandig om alle medicijngebruik -en supplementen zijn wel degelijk medicijnen- te melden bij jouw bezoek aan de arts, specialist of natuurgeneeskundige.

Dat vindt ook arts en auteur Gerard Jansbergen. Hij heeft een praktijk voor integrale geneeskunde in Tilburg en voelt zich een arts van twee werelden. Tijdens zijn studie geneeskunde hield hij zich al bezig met homeopathie. Na zijn huisartsopleiding werkte hij een aantal jaren in Tanzania als tropenarts. Terug in Nederland vestigde hij zich als homeopathisch arts in Tilburg en een paar jaar later ook als huisarts. In die huisartsen- praktijk begon echter al snel de schoen te wringen. Jansbergen: ‘Ik merkte dat alles wat je hier leert, al die Evidence Based Medicine, niet altijd past in een complexe context. In de geneeskunde zoals wij die in Nederland kennen, berust vrijwel alles op kansen en weinig op zekerheid. Soms is de kans op verbetering groot, maar in chronische, complexe situaties kan deze beperkt zijn. Mensen zijn individuen met individuele, variabele reactiepatronen en dat geldt ook voor gezondheid en ziekte. Artsen daarentegen handelen veelal volgens protocollen, ook als juist maatwerk is vereist. Patiënten zijn hier niet altijd van op de hoogte.’ Met zijn boek ‘Het Kansspel in de Geneeskunde’ laat Jansbergen zijn licht daarom schijnen op deze materie.

De mens is geen machine
Jansbergen: ‘Het grootste verschil tussen reguliere en ‘alternatieve’ (wij zeggen liever complementaire) geneeskunde. In de reguliere geneeskunde worden mensen en hun ziektes vaak tegen een standaard afgezet. Kom je bij een integrale arts, dan zal de vraag vooral zijn ‘Hoe krijgen we deze patiënt weer terug naar zijn eigen persoonlijke gezonde standaard?’ Ik ga uit van de zienswijze dat de natuur bestaat bij de gratie van variatie. Dus elk mens is anders en reageert verschillend op medicatie en supplementaire middelen. Zo kan een pot vitaminen op jou een andere -of geen- uitwerking hebben dan op jouw buurman.

De tendens van artsen die meer openstaan voor aanvulling in de gezondheidszorg is zeker te herkennen, volgens Jansbergen. Hij is blij te zien dat de volgende generatie artsen meer open lijkt te staan voor integrale genezing. Maar toch, de eigen verantwoordelijkheid is bij een aanvullende arts even belangrijk als bij een reguliere. Klakkeloos supplementen slikken is net zo onverstandig als het ‘ja en amen’ zeggen tegen de reguliere huisarts. Gelukkig loopt de ontwikkeling van de nieuwe generatie artsen parallel aan de ontwikkeling van de patiënt. Waar de witte doktersjas voor oudere generaties heilig was, zijn veel consumenten anno nu al veel alerter en wijzer geworden. Mede dankzij het internet.

Wees uw eigen advocaat
Of je naar de huisarts gaat, of naar een homeopaat, voor beide routes geldt hetzelfde. Je bent zelf verantwoordelijk. Wees daarom vooral heel pragmatisch. Neem een schrijfboekje mee naar een consult. Schrijf op welk medicijn je krijgt geadviseerd. Houd jouw reactie hierop gedurende maximaal acht weken bij. Wij mensen zitten zo in elkaar dat we in het moment leven en dus lastig kunnen onthouden hoe we ons vier weken geleden voelden. Door het op papier bij te houden, krijg je een beter overzicht van de effectiviteit van het middel. En dat zou het belangrijkst moeten zijn. Dat, en de veiligheid staan voorop bij (zelfzorg)-geneeskunde. Iemand die al reguliere medicatie ontvangt, zoals bijvoorbeeld antidepressiva, of cholesterolmedicatie, doet er verstandig aan om alle aanvullende zorg met zijn arts te bespreken.

De mondige patient
Als het boek iets wil meegeven, is het een mondige patiënt te zijn. Eigen verantwoordelijkheid is belangrijk en de sleutel tot een goed herstel. En laat dat nu net heel lastig zijn. Want het is zo makkelijk om een arts of specialist te vertrouwen en te hopen dat diegene het allemaal het beste weet. Dat vertrouwen kun je uiteraard nog steeds hebben, en met aanvullende informatie kom je nog veel verder.

Durf te vragen
Gewapend met jouw notitieboek kun je bij je volgende doktersbezoek een aantal vragen stellen: waartegen/waarvoor adviseer je dit middel, wat zijn de risico’s, wat kan ik verwachten aan bijwerkingen, en wanneer kan ik herstel gaan zien? Dergelijke vragen dienen om het gesprek de diepte in te brengen. Geneer je niet om de tijd van de arts te gebruiken, daar zijn ze ten slotte voor. Speel open kaart, geef aan dat je jouw gezondheid in eigen hand wilt nemen. Houd in de volgende weken de effecten bij, veranderingen in je emoties, gevoel, stoelgang, en effect op de klacht(en). Heb je na acht weken een duidelijk beeld van de effecten van het middel, dan kun je in overleg met jouw arts besluiten om te stoppen of om door te gaan.

Jansbergen houdt in zijn boek een gepassioneerd pleidooi over cholesterol en de verkeerde reputatie van ‘dichtslibbende bloedbanen’. Bij het bekijken van internationaal onderzoek blijkt   het cholesterolgehalte geen oorzakelijke relatie te hebben met hart- en vaatziekten. Door de reguliere gezondheidszorg is ons echter geleerd dat dit wel degelijk het geval is. En voor de  zekerheid staat het ook op de duurdere pakjes margarine. Dat die indoctrinatie krachtig is, blijkt uit de reactie van sommige lezers zegt Jansbergen: Iemand zei dat hij mijn boek erg goed  vond, en dat hij alerter zou zijn op dichtslibbende aderen. Dan heeft diegene het toch niet helemaal begrepen. Er valt ons consumenten nauwelijks iets kwalijk te nemen. Hoor iets vaak genoeg en het wordt waarheid. Een hardnekkige blijkbaar. Het is dus belangrijk ons een zeker scepticisme eigen te maken. Vraag bij alle anekdotische voorbeelden ‘oh ja, heb je daar een bron van?’ Het maakt je misschien niet populair op verjaardagen, maar het is wel verstandiger dan zomaar van alles aan te nemen.

Zo krijgt jouw arts betaald
Verzekeraars betalen hun arts aan de hand van diagnose en behandeling. Niet naar aantal consulten bijvoorbeeld. En hij krijgt al helemaal geen geld voor een gesprekje van tien minuten. Terwijl dergelijke aandacht veel waardevolle informatie kan opleveren. Zo geeft Jansbergen een voorbeeld uit zijn praktijk, waar zijn boek vol mee staat. Een ouderpaar kwam bij hem met hun huilende baby van een paar maanden. Het kindje bleef maar huilen, wat ze ook deden. Op de vraag of het kind medicatie toegediend had gekregen antwoordden ze ‘nee’. Maar na doorvragen bleek dat ze hun baby een middeltje van de drogist hadden gegeven, tegen de pijn van doorkomende tandjes. Het kindje bleek een intolerantie voor het middel Chamomilla te hebben. Na stoppen met dit supplement, huilde de baby niet meer doorlopend. Zoals er een overgevoeligheid kan bestaan voor bijvoorbeeld penicilline of antibiotica, zo kan iemand ook een gevoeligheid tegen een alternatief middel hebben.

Informatie behandeling
De fysieke geneeskunde en de geneeskunde die (deels) berust op informatie (homeopathie, acupunctuur, etc.) zijn verschillend in de zin dat de reguliere geneeskunde haar effecten meet aan de hand van fysiek bewijs. Jansbergen vertelt van een patiënte die hij had behandeld voor een klacht met een middel dat een heel kleine informatieve hoeveelheid bevatte van zilverkaars. Haar klachten verdwenen, mevrouw blij. Jaren later verscheen de vrouw weer in zijn praktijk. Ze had exact dezelfde klacht als al die jaren geleden! Na een gesprekje over aanvullende vitaminen en supplementen die de vrouw recent had genomen, bleek dat ze een middel gebruikte dat een heel hoge dosering bevatte van het kruid zilverkaars. De informatie was nog in haar systeem aanwezig en haar lichaam reageerde naar behoren. Dergelijke voorbeelden zijn anekdotisch, ze dienen ook niet als generalisatie ingezet te worden in een pleidooi van ‘zie je wel, het werkt.’ De reden dat het voorbeeld zo spreekt is dat de oplossing duidelijk werd na een kort gesprekje. 

In een tijd waarin de consument van alle kanten bestookt wordt met geneesmiddelen en elkaar tegensprekende boodschappen, is het des te belangrijker om het heft in eigen hand te nemen. En zelf voor je eigen gezondheid te werken. Onderzoek, meet, en wees kritisch. En durf te vragen, het zal je gezondheid goed doen.