Oeroud en modern

21 december 2016

Door: Maaike van Kregten

Het gebruik van planten voor medicinale doeleinden is zo oud als de mensheid zelf. Dankzij voortschrijdende, wetenschappelijke inzichten is de kennis over de werkingsmechanismen van planten de laatste twee eeuwen enorm uitgebreid.

Het woord ‘fytotherapie’, ook wel kruidengeneeskunde genoemd, is een samenstelling van de Griekse woorden ‘fyton’ (plant) en ‘therapeía’ (behandelwijze). Het is dus een ‘behandeling met planten’. Planten bevatten allerlei chemische stoffen die een effect op ons kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld maar aan het opwekkende effect van een kop koffie. De cafeïne erin heeft een stimulerende werking op ons zenuwstelsel. Fytotherapie maakt gebruik van dergelijke stoffen.

De eerste medicijnen die de mens tot zijn beschikking had, waren plantaardige middelen. Dat weten we omdat er oude teksten met beschrijvingen van medicinale toepassingen van planten zijn gevonden. De Assyriërs en Babyloniërs bijvoorbeeld, hielden op kleitabletten hun medische inzichten bij en verwezen naar plantaardige middelen. Door observatie en ervaring leerde de mens om planten medicinaal te gebruiken. Omdat zij nog niet de kennis en technologie van nu hadden, werden die bevindingen door hen verklaard binnen het kader van hun religies en denkwijzen. Fytotherapie kent daardoor verschillende visies en stromingen zoals bijvoorbeeld de traditionele Chinese geneeskunde, ayurveda, natuurgeneeskunde, signatuurleer en de moderne westerse fytotherapie. De overeenkomst tussen al deze stromingen is de interactie tussen mens en plant.
In de loop van de eeuwen werd het gebruik van planten geperfectioneerd. In de 19e eeuw brachten ontwikkelingen in de wetenschap een aantal nieuwe toepassingsmogelijkheden, zoals isolatie en zuivering van plantaardige inhoudsstoffen en het synthetisch namaken ervan.

Bron van inspiratie
Planten zijnnog steeds een belangrijke bron van inspiratie voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Afhankelijk van de definitie van wat een natuurlijk product of een afgeleide daarvan is, heeft vijfentwintig tot vijftig procent van de geneesmiddelen die tussen 1981en 2006 op de markt kwamen een natuurlijke oorsprong. Van cytostatica, medicijnen die worden gebruikt bij de behandeling van kanker en antimicrobiële middelen wordt zelfs geschat dat twee derde is afgeleid van natuurlijke producten. Niet alleen van planten, maar ook van schimmels. Van die laatste zijn antibiotica een bekend voorbeeld. Andere geneesmiddelen die zijn afgeleid van planten zijn bijvoorbeeld kinine, morfine, codeïne, atropine, colchicine en de chemokuren Vinblastine, Vincristine en Taxol.
Fytotherapie kan bij veel ziektebeelden worden ingezet. Voor het behandelen van psychische en chronische klachten waar de reguliere geneeskunde vaak geen raad mee weet, zoals het prikkelbaredarmsyndroom, eczeem, fibromyalgie, het fenomeen van Raynaud, psoriasis en menstruatieklachten. Maar het kan ook effectief zijn bij infectieziekten zodat minder of geen antibiotica nodig zijn. Fytotherapeutische middelen kunnen ook synthetische medicijnen vervangen als deze ongewenste bijwerkingen hebben.

Brede werking
Planten hebben vaak een brede werking, wat wil zeggen dat ze meer dan één effect hebben. Gember is bijvoorbeeld een ontstekingsremmer, maar heeft daarnaast ook effect op reisziekte, spijsvertering en bloedsomloop. Tegelijkertijd werkt gember bloedverdunnend en kan het het maagslijmvlies irriteren. Het is dus niet voor iedereen geschikt.
Een fytotherapeut zoekt de planten uit die het beste bij iemand passen. Door de brede werking kan het zomaar zijn dat plantaardige middelen het aantal medicijnen dat iemand nodig heeft, vermindert omdat een plant de functie van meerdere synthetische medicijnen kan overnemen. Meidoorn reguleert bijvoorbeeld de bloeddruk, hartslag en werkt bloedverdunnend. Dit zal een fytotherapeut altijd met een arts afstemmen. Er zijn ook contra-indicaties. Niet elke plant is geschikt voor iedereen, of op elk moment. Neem bijvoorbeeld liever geen preparaten met fyto-oestrogenen als je zwanger bent: deze kunnen schadelijk zijn voor de ongeboren vrucht. Daarnaast zijn er interacties mogelijk. Plantaardige bloedverdunners kunnen bijvoorbeeld niet zonder deskundige begeleiding gecombineerd worden met reguliere, omdat de kans op ernstige bloedingen aanwezig is.
Het is dan ook belangrijk om professioneel advies in te winnen en niet op eigen houtje fytotherapeutische producten te gaan gebruiken. De informatie die op de verpakkingen van voedingssupplementen staat is onvoldoende om zelf klachten te gaan behandelen. Fytotherapie is maatwerk en adviezen zijn individueel. Maar als je deskundige hulp zoekt, kan fytotherapie een waardevolle behandelvorm zijn.

Wil je deze editie graag ontvangen? Bestel deze dan hier.