Uitstelgedrag

15 juni 2017

Door: Brenda Dekkers

Ik schrijf de eerste zin van deze column op 11 april om 19.34 uur. De lieve redacteur van dit fijne blad verwacht mijn bijdrage op 11 april. Ik heb dus nog 4,5 uur en daar word zelfs ik, als uitstel-expert, behoorlijk zenuwachtig van. Terwijl ik toch ervaring genoeg heb. Want ik doe echt álles op het laatste nippertje. Of zelfs nog iets later.

Vertrekken, de btw-aangifte, naar bed gaan, een kind krijgen, plassen, vergaderingen voorbereiden, eten koken – pas als de deadline in zicht komt, kom ik in de benen. En daar heb ik uiteraard vooral mezelf mee. Spoedoverboekingen kosten geld, tegelijk koken en typen = vlekken op je toetsenbord en aangebrande piepers. En probeer maar eens in twee weken een bikinibody te krijgen.
Die ene keer in mijn leven dat ik op tijd ben begonnen met leren voor mijn tentamens staat me nog helder voor de geest. Dat was in 1991. En het was fantastisch. Wat een rust, wat een heerlijk gevoel om alles op orde te hebben en je ’s ochtends alleen maar druk te hoeven maken over de kleur van je mascara. Datzelfde gevoel had ik toen een clubje vrolijke studentes me hun scrum-bord presenteerde. Dat overzicht, die helderheid, die flow, die vrolijke kleurtjes… Dat wil ik ook!

Toch blijf ik maar uitstellen. Of ik het nou druk heb of niet; voor ik ergens aan begin, heb ik altijd eerst nog een paar of honderd andere dingetjes te doen. Ik ga uitgebreid de hond uitlaten en kletsen in het park, terwijl mijn belangrijkste klant binnen twee uur een stuk verwacht waar een normaal mens nog drie uur aan zou moeten werken. En als ik dan met enige tegenzin naar huis ga, haal ik toch eerst nog even een doekje over de trap voordat ik begin. Of ik sluit de hinderlijk piepende digitale agenda en open Facebook. Zelfs het lezen van een boek met tips tegen uitstelgedrag stel ik uit. Er is eigenlijk maar één ding waar ik vroeg mee begin, en dat is uitstellen.

Kortom, plannen is niet echt mijn ding. Pas als de paniek echt toeslaat, ga ik als een razende aan het werk. Denk versneld afgespeelde opname inclusief jakkerend muziekje – maak plaats, maak plaats, maak plaats! Misschien doe ik het daar wel om, om het plezier in mijn eigen snelheid. Het heerlijke, capabele gevoel van mijn vingers die over het toetsenbord galopperen. De kick van focus, heerlijk vind ik die. En het succes van oeverloos uitstellen en er toch mee wegkomen.

Of misschien doe ik het wel om mezelf een excuus te geven om fouten te mogen maken, om niet briljant te hoeven zijn. Tsja, tijdgebrek, sorry. Al gaat dat met naar bed gaan natuurlijk niet op. Daar heb ik gewoon geen zin in, al weet ik niet precies waarom. Het is nou niet zo dat gapend en met prikkende ogen naar Ink Masters staren zoveel leuker is en dat doe ik wél. Verstandiger is het in elk geval niet. En die btw-aangifte vind ik eigenlijk gewoon te ingewikkeld. Het is sowieso niet fijn om elke drie maanden geconfronteerd worden met je mislukte goede voornemen om het dit kwartaal nou eens echt netjes en wekelijks bij te gaan houden.

Een externe planner, apps, niets of niemand is blijvend opgewassen tegen mijn uitstelkracht. Maar tot de laatste minuut wachten voor je aan iets moeilijks of vervelends begint, maakt het niet makkelijker of minder vervelend. Het is alleen linker. Want net op die avond dat ik die begroting moet afmaken, kan mijn dochter niet slapen. Zal je altijd zien. Als ik om 23.54 uur op de verzendknop van mijn btw-aangifte druk, klapt het internet eruit. Die spoedoverboeking kan ik dus ook wel op mijn buik schrijven. Ben ik eindelijk klaar om aan mijn klus te beginnen, belt er een andere klant. Vorige week werd ik 46. Dus die deadline voor een tweede kind heb ik glansrijk gemist. En vanavond, 22.07 uur, heeft de mail problemen. Kicken.