Op zoek naar jezelf, maar stel dat je niets vindt?

8 februari 2016

Ik ben Brenda. 44 jaar. Getrouwd, al 8 jaar, met de Lange Man. Waar ik overigens al 18 jaar een huis mee deel. We hebben een slimme en vrolijke dochter van zes. Laat begonnen inderdaad. Ik moest eerst mezelf nog overtuigen en de Lange Man is ook niet heel erg van de vlotte beslissingen.

En toen bleek het ook nog een heel gedoe te zijn om zwanger te raken. Het hielp wel dat het reclamebureau waar ik de creatief directeur uithing, failliet ging en ik verplicht op de bank belandde. Want als je 60 uur per week werkt, je je twee keer per dag anderhalf uur zit op te vreten in de file van 010 naar 020 en vice versa en je zowel zakelijk als privé de man in huis bent, loopt die bevruchting niet zo soepel. Zelfs niet als je allerlei hormonen injecteert: tegen stress eis blijkbaar maar bar weinig opgewassen. Niet dat dat ICSI-traject nou zo relaxt was – als je een hand schudden al behoorlijk intiem vindt, is een paar keer per maand zo’n dokter tussen je benen bijvoorbeeld best pittig – maar daarover vertel ik wel een een andere keer. Het reclamebureau was dus failliet, ik had (ook een first) nee gezegd tegen de doorstart en ik werd zwanger. En freelance. Want als je in de reclame zit, ben je nooit werkloos, zelfs niet met een uitkering. Freelance dus. En toen moeder. Ja, dat heb je er nou eenmaal van.

En hoewel ik soms wel eens vergeet dat ik meer ben dan ‘de moeder van’, ben ik dat wel. Ik ben namelijk een (meestal) opgewekte en (meestal) te dikke tekstschrijfster uit Rotterdam, die zich best reclamecreatief zou willen noemen, maar dat meestal niet durft. Achteraf ben ik altijd heel assertief. Ik raap rotzooi op van de straat en ik geloof dat je iets moet bijdragen in dit leven. Dat we aardig moeten zijn voor elkaar en positief en liefst een beetje genuanceerd. Ik weet nooit iets zeker. Ik zeg tegen mijn dochter elke dag dat ik van haar houd en tegen mijn man veel te weinig. Ik houd van knutselen en tekenen, van lezen, zeilen en skiën. Wandelen zonder doel vind ik dan weer ongelofelijk stom en van die apparaten op de sportscholen schiet ik acuut in een depressie. Ik ga over mijn nek van de geur van kattenvoer uit blik en trouwens ook van kots van een ander. Ik heb rolgordijnen die allemaal precies op dezelfde hoogte moeten hangen, schilderijtjes die precies moeten lijnen, twee lievelingspennen waar ik tóch op kauw, een hele berg kleurrijke kussentjes op de bank en een bureau als een vuilnisbelt. Selectieve dwangneuroses dus. Ik hoop ook heel vreselijk dat de vormgever van dit fijne blad niet met de letterspatiëring gaat zitten vogelen, want daar ben ik net zo allergisch voor als voor gesnuif en gesmak. Gelukkig zit ik als zzp’er alleen op mijn kantoor (met hier en daar een kat) en voor het OV heb ik een fijne koptelefoon aangeschaft.

Oh, en vorig jaar had ik longontsteking. En het jaar daarvoor enorme gebitsdrama’s. Buiten een extreem sneue weerstand is er medisch gezien niet veel mis met me, ik eet meestal biologisch en vegetarisch* met hier en daar een zak chips en slaap ook af en toe. Dan kom je dus al gauw uit op stress als oorzaak van die misère. Dus ik denk: daar moet ik wat aan gaan doen. In theorie is dat natuurlijk heel simpel – meer voor mezelf kiezen. Maar om dat nou thuis in je eentje te gaan zitten doen… Dus ging ik op mindfullness. Daarvan en van mijn andere pogingen tot Gezond en Gezellig Leven mag ik je voortaan hier op de hoogte houden. Ik heb er zin!

*Om even heel precies te zijn: ik ben een pesco-ovotariër en eet ook wild waarvan ik zeker weet dat het echt wild was. Ik gok dat je dan een ferotariër bent.