Mensenfluisteraar

3 april 2017

Door: Brenda Dekkers

Ik heb dus tegenwoordig een hond. En ik zit met de hond op gehoorzaamheidscursus. Daar zag ik een filmpje van een Belgische mevrouw die zo enorm onder de plak zat bij haar hond Sloeber (‘Sluuberke’) dat ze niet naar het toilet ging, maar op een emmertje in de woonkamer plaste. Waar Sloeber eerst nog even tegenaan piste bovendien. Sloeber wilde ook niet alleen zijn met haar man Lucien. Die trouwens weer bij de mevrouw onder de plak zat. Toen de Belgische hondenfluisteraar van dienst haar uitlegde dat Sloeber veel gelukkiger zou zijn als zij de baas was van de hond in plaats van andersom, ontstond serieus drama. Je zag het gewoon kraken en scheuren in het hoofd van de mevrouw. Want ze hield zo vreselijk veel van de hond die haar door haar depressie had gesleept (en die haar nu door de straten sleurde), dat ze haar leven letterlijk voor hem wilde geven. Ze was zeker al op driekwart. Haar mans’ leven gaf ze ook, want Lucien mocht natuurlijk al lang niet meer in bed van Sloeber. En visite van de kleinkinderen konden ze uiteraard ook vergeten. Enfin, de mevrouw kón het niet. Zelfs met het haast onvermijdelijke bijtincident en het afmaken van de hond als het zwaard van Damocles boven haar hoofd, kon ze niet de kracht opbrengen om grenzen te stellen en leiding te geven. Het was te moeilijk. Dan zat ze liever op een emmer in haar van hondenpipi doordrenkte woonkamer.

Dit filmpje zorgde bij mij allereerst voor dubbele motivatie qua hondentraining. No way dat ik me zo in de zeik zou laten nemen. Maar ik herkende er eigenlijk ook wel wat in. Want de meeste mensen cijferen zich niet zo volledig weg voor hun hond, maar maken zich wel vaak ondergeschikt aan bijvoorbeeld hun kinderen, hun partner et cetera. Ik ook hoor, soms. Dan heb ik geen zin om beslissingen te nemen en loop ik lekker even achter iemand anders aan. Zo kom ik nog eens ergens. En ik doe het niet altijd, dat scheelt ook. Het is voor je relatie volgens mij trouwens ook best goed als je rekening met elkaar houdt en niet alleen maar je eigen zin doordramt.

Maar ik zie in mijn omgeving ook wel eens mensen die van aanpassen en dienstbaar zijn hun dagtaak hebben gemaakt. Dus niet de gemiddelde helikopterouder, maar mensen die je in een onderhandelingssituatie niet eens halverwege tegemoet kúnt komen, omdat ze zelf geen positie hebben.

Het lijkt een soort omgekeerd narcisme. Assepoesterisme*, dus eigenlijk. Mensen met Assepoesterisme zijn constant hysterisch alert op een kans om iets voor de ander te doen. Dus ze vragen het niet alleen constant, maar kijken je bij elke zucht met grote schrikogen aan – watwatwat? Je hebt nog niet gekucht of ze staan al met een glaasje water naast je. Als je niet uitkijkt mag je niet eens meer je eigen billen afvegen.

En ik doe er nu wel lollig over, maar ik word er eigenlijk heel verdrietig als de mensen van wie ik hou dit soort gedrag vertonen. Want Assepoester helpt volgens mij niet omdat hij of zij dat echt graag wil. Ik heb ooit geleerd dat mensen alleen bepaald gedrag vertonen als het hen op een of andere manier (onbewust) voordeel oplevert. Ik was zelf bijvoorbeeld een tijdje te moe om van de bank te komen. Mijn onderbewuste had namelijk bedacht dat ik, als ik op de bank lag, geen risico liep om fouten te maken. En fouten maken, dat moest natuurlijk te allen tijde vermeden worden. Toen ik me eenmaal van dat mechanisme bewust was, kon ik met wat oefening soms weer wat uit mijn handen krijgen. (Mits geen Facebook voorhanden.)

Het voordeel voor Assepoes is volgens mij waardering of dankbaarheid. En hij of zij heeft daar steeds meer van nodig, lijkt het wel. Voordeel is verslaving geworden. Het doet me pijn als ik zie hoe ze anderen, mij, hun kinderen manipuleren om aan hun ‘drug’ te komen. Ik schaam me als ik geen dankbaarheid voel voor wat ze voor me doen, maar irritatie. En ik schaam me als ik me realiseer hoe vaak ik er eigenlijk profijt van heb. Is er een mensenfluisteraar in de zaal?

* Na het schrijven van deze column bleek er wel een officiële naam te zijn: pathologisch communaal narcisme, ook bekend als het ‘Florence Nightingale syndroom’.