ja/nee

15 december 2016

Door: Brenda Dekkers

Beroepshalve kom ik ze regelmatig tegen, privé gelukkig minder: neezeggers. Van die mensen die nee zeggen, gewoon omdat het kan. Of omdat het hun Recht is. En dat dan heel vaak en helemaal niet omdat iets echt niet kan of de bedoeling is, maar omdat… Ehm, ja, waarom eigenlijk?

Van die vroegere klant die we achter zijn rug om het Halve Haantje noemden, weet ik het wel. Dat was overcompensatie. Je moet wát, als je als bankman die enthousiaste reclametypes, die bovendien allemaal veel langer zijn dan jij, terug in hun hok wilt krijgen. Het risico dat je dingen moet doen die niet in je taakomschrijving staan, moet natuurlijk te allen tijde vermeden worden. Maar waarom die buurman – sociaal werker nota bene – het jaren terug ronduit vertikte om zijn kinderen op een voetbalveldje te laten ballen in plaats van tegen de muur naast mijn huis? Waarom hij ze niet alleen daar liet spelen, maar er zelf bij ging staan om met oeverloos discussiëren en verwijzen naar openbare ruimte et cetera te voorkomen dat ik ze naar een van de drie (!) veldjes in de buurt stuurde? Ik heb na al die jaren nog steeds geen idee. Ik word overigens nog wel steeds boos als ik eraan denk. En ik heb er ook een beetje spijt van dat ik geen enkele van al die veertig creatieve wraakacties die ik toen bedacht, heb uitgevoerd. Want tegen dit soort zwaar oneerlijke en oneigenlijke nee’s moet je als mens in actie komen, vind ik. Al is het maar ludiek.

Maar voor de ‘nee die een ja is naar jezelf’ en de eerlijke nee heb ik dan weer een aan afgunst grenzend respect. Omdat ze helderheid bieden en ruimte scheppen voor iets positiefs. En een ‘Nee’ uit overtuiging is beter en sterker dan een ‘Ja’ om aardig te zijn of, nog erger, om problemen te voorkomen. Dat zegt althans Mahatma Gandhi. Dus neem ik me ongeveer eens per week (meestal op vrijdag, als ik het slagveld van de voorbije week overzie) voor om vaker nee te zeggen. Echt lukken doet het nog steeds niet. Komt a) omdat ik een pleaser ben die bij elke nee in panische angst ontsteekt dat ze niet aardig wordt gevonden en b) omdat ik nou eenmaal heel veel dingen leuk en gezellig vind. Oh en c) omdat ik nogal een optimistische kijk heb op het aantal uren dat in een dag gaat en wat ik in die uren kan doen.

Dus kreeg ik vorige week, toen ik om half tien ’s avonds eindelijk op het punt stond om weg te gaan – na een dag met te veel heftige deadlines van te grote projecten, zorgen voor een ziek kind, kopjes koffie voor de schilder en de werkster, een ingelaste afspraak op school (oppas regelen!), constant telefoon én wereldoorlog 3 met de Lange Man omdat ik de airfryer aan of juist uit had moeten zetten – een appje van de vriendin waar ik heen zou gaan. Dat het van haar niet meer hoefde. Dat ik wel even had kunnen laten weten dat ik niet zou komen. En baalde ik daar ongelofelijk van. Omdat ik het rot vond voor haar, maar ook rot voor mezelf. De hele dag iedereen te vriend proberen te houden en aan het eind van de dag met iedereen ruzie. Ik wéét het wel – rust inbouwen, reflectie, dan hoef je dingen niet half te doen en je wordt er ook nog leuker van. Maar dat werkelijk doen, da’s lastig. Zeker als de dochter in het geding is.
Dus ga ik op vrijdag waarschijnlijk toch eerst als hulpmoeder mee naar schoolzwemmen, dan de speeltuin versieren voor het jubileumfeest (iets wat ergens mijn project is geworden, geen idee hoe), dan gauw een mailing schrijven en vervolgens de dochter naar een feestje brengen. Waar mijn zusje haar ’s avonds ophaalt en met haar lievelingsnicht bij de speeltuin dropt. Uiteraard blijft het nichtje slapen. En vraag ik me af of ik die zaterdag wel wakker word. Gelukkig zeg ik zelden nee.