Helemaal goud

24 november 2017

Door: Brenda Dekkers

Een paar maanden terug organiseerde ik een evenement voor buurtkinderen in onze buurtspeeltuin. Een evenement dat (ik citeer mezelf even) van plakband en paniek aan elkaar hing. Zoals wel meer van dit soort – in mijn ogen – rampzalig slecht georganiseerde projecten, liep ook dit evenement met een sisser af. Het is doorgegaan, er waren kinderen, de plaatselijke moessonregens hebben me geholpen het programma in te korten en over het algemeen had iedereen het naar zijn of haar zin. Ik ook. En of het nou opluchting was, adrenaline, endorfine of gewoon een aanval van totale zelfoverschatting – toen ging ik nóg een evenement doen in de speeltuin. Van een week. Met heel veel verschillende partijen. Dat was qua organisatie zo mogelijk een nog grotere hel. Dus daarna heb ik tegen de beheersorganisatie van de speeltuin gezegd dat ik nooit, maar dan ook nooit meer met hen wilde samenwerken. Klaar mee, over, uit, finito. Jammer voor de buurt, maar ik deed niet meer mee. Dat was vrijdagochtend. En vrijdagmiddag stond ik er zo bij als op de foto hieronder. Werd ik ineens uitgeroepen tot Gouden Buur van Zuid-Holland. Ik kreeg bloemen, VVV bonnen, een hand van de wethouder, een tegeltje en ongelofelijk de zenuwen. Want dat had ik toch helemaal niet verdiend? In plaats van een riedel namen van mensen om te bedanken, had ik een waslijst aan redenen in mijn hoofd waarom ik die prijs en waardering toch echt niet verdiende.

Dat ik de avond ervoor de poep van mijn hond had laten liggen, omdat ik die in het donker niet meer kon vinden. Dat ik dat blikje niet even in de prullenbak had gegooid. Dat ik niet even een brood had klaargelegd voor de buren die terugkwamen van vakantie. Dat ik eigenlijk niet eens zeker wist of ik al hun plantjes water had gegeven. Dat ik al vijf jaar geleden mijn vader had moeten opgeven voor een lintje en dat had laten sloffen. Dat ik er te weinig was voor mijn gezin. En dat ik dus geen dingen meer in de speeltuin ging organiseren ook. Ik voelde me een grote leugenaar, een bedriegster. En als ik nu alleen de commerciële organisatie achter de prijs zou voorliegen, daar kan ik als reclamemaker best mee leven. Maar dit waren mijn buren, mijn vrienden en kennissen, mijn man en kind. Van schrik wist ik niets meer te zeggen. Je wilt de pret ook niet bederven natuurlijk. Al die moeite om al die mensen in de speeltuin te krijgen, de boel geheim te houden. Er waren zelfs taartjes. Dan ga je natuurlijk niet zeggen dat ze de verkeerde hebben, al kon ik zo vier mensen aanwijzen die de prijs wat mij betreft eerder hadden verdiend. Inclusief degene die me had genomineerd.

Ik zou willen dat ik zou kunnen geloven dat ik gewoon heel bescheiden ben. Maar dat is het niet, helaas. Ik ben te streng voor mezelf. Ooit was dat trouwens een hele bevrijdende gedachte dat er niemand was die slechter over mij dacht of überhaupt kón denken dan ikzelf. Maar eigenlijk is het ongelofelijk zuur dat ik aardiger ben tegen anderen dan tegen mezelf. Ik las ergens dat de gemiddelde vrouw acht keer per dag kritiek heeft op zichzelf. Dat haal ik per uur, makkelijk zelfs. En leuk is dat al lang niet meer. Had ik maar een knop om de innerlijke stem op mute te zetten. Hoe heerlijk zou het zijn om vrede te hebben met mezelf. Om mijn eigen Gouden Buur te zijn. Misschien moet ik daar maar eens aan gaan werken. ‘Hé, buurvrouw Brenda is moe, laat ik eens iets aardigs tegen haar zeggen.’ En als het lukt geef ik mezelf een tegeltje en een hand.